Werkdruk

Waarom zegt iedereen ‘druk, maar te doen’?

“Hoe is het?” “Druk, maar te doen.” Het is het antwoord van iedereen, al maanden. De mails komen ’s avonds nog binnen. Taken blijven liggen omdat niemand precies weet of ze van hem zijn. Het plan voor dit kwartaal is net gepresenteerd, met weer een nieuwe prioriteit. Niemand zegt hardop dat er dan iets anders af moet.

Een bureau vol notitieboeken, briefjes en een laptop.

Omdat zeggen dat het te veel is, voelt als tekortschieten. En omdat drukte zelf vaak niet het probleem is. Het wordt zwaar als er veel gevraagd wordt, je er weinig over te zeggen hebt en niet duidelijk is wat er van je verwacht wordt. En nog zwaarder als je er alleen voor staat of niet meer bijkomt.

Wat erachter zit

Veel werk is normaal geworden. In 2025 zei 40 procent van de werknemers dat ze vaak of altijd erg veel werk moeten doen. Bij managers was dat bijna 59 procent. Wie het gesprek over werkdruk zou moeten voeren, heeft het dus vaak zelf het drukst.

Toch is de hoeveelheid werk niet het hele verhaal. Dat is geen nieuw inzicht. Al in 1979 liet onderzoeker Robert Karasek zien dat het vooral zwaar wordt als veel moeten samengaat met weinig te zeggen hebben over hoe en wanneer je het doet. Ruim veertig jaar later bevestigt onderzoek dat nog steeds. Volgens TNO gold het in 2025 voor 15 procent van de werknemers.

Een derde factor wordt vaak vergeten: onduidelijkheid. Een grote analyse van zestig jaar onderzoek naar ‘rolstress’ vond dat onduidelijkheid over je taken en verwachtingen over de hele linie het schadelijkst was, schadelijker nog dan te veel werk.

Wat het lichter of zwaarder maakt, is of je er alleen voor staat. Later onderzoek voegde steun van collega's toe aan het model van Karasek: veel moeten, weinig invloed én weinig steun bleek de zwaarste combinatie. En wie na het werk niet meer loskomt, herstelt minder goed, waardoor de reserve langzaam opraakt.

De gevolgen zijn groot. In 2023 verzuimden werknemers ruim 10 miljoen dagen door een te hoge werkdruk. En 38 procent van de werknemers vindt zelf dat er (meer) maatregelen nodig zijn. Mensen weten dus heel goed wat er speelt.

Waarom je het vaak te laat ziet

Druk zijn is normaal geworden. Soms zelfs een teken dat je ertoe doet. Wie zegt dat het te veel is, voelt zich zwak, of is bang dat het werk naar een collega gaat die het ook al druk heeft. Dus blijft het bij een algemeen gevoel, en wordt het geen concreet gesprek over welke taak te veel is of wat er mag blijven liggen.

En de leidinggevende heeft het zelf vaak ook druk. Daardoor is er weinig tijd en ruimte om door te vragen, en klinkt “druk, maar te doen” als een geruststelling.

Het belangrijkste verschil zie je bovendien niet in één gesprek: dat tussen een drukke periode en maanden overbelasting. Een piek is vol te houden. Een patroon niet. Maar of drukte een piek of een patroon is, zie je alleen als je het blijft volgen. Wie één keer vraagt, ziet een momentopname. Tot iemand uitvalt en het werk alsnog verdeeld moet worden.

Wat helpt

In het volgende gesprek

  • Vraag niet of het te druk is. Vraag wat er moet wijken.
  • Vraag waar iemand meer zelf over zou willen beslissen, en geef die ruimte waar het kan.
  • Zeg zelf ook eens dat het te veel is, en wat je dan laat liggen. Dat maakt het voor anderen makkelijker.

In het team

  • Maak samen zichtbaar wie wat doet, en wat mag blijven liggen.
  • Vraag niet één keer hoe het gaat, maar blijf het volgen. Zo zie je of drukte een piek is of een patroon.
  • Kom terug op wat je afspreekt. Een gesprek over werkdruk zonder vervolg werkt averechts.

In hoe je het organiseert

  • Kijk welke prioriteiten tegelijk worden gevraagd die samen niet haalbaar zijn.
  • Zorg dat werkdruk in de RI&E staat, met een plan van aanpak dat ook echt wordt uitgevoerd.
  • Kijk naar het werk zelf, niet alleen naar de veerkracht van mensen.
Deel dit artikelLinkedInE-mail

Verder lezen

Bronnen

  1. CBS – Dashboard arbeidsmarkt: arbeidsomstandigheden (NEA 2025)
  2. Karasek (1979) – Job Demands, Job Decision Latitude, and Mental Strain: Implications for Job Redesign, Administrative Science Quarterly
  3. Madsen e.a. (2017) – Job strain as a risk factor for clinical depression: systematic review and meta-analysis with additional individual participant data, Psychological Medicine
  4. TNO – Factsheet Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025
  5. Sawhney e.a. (2026) – A meta-analytic review of 60 years of role stressor research, Journal of Vocational Behavior
  6. Häusser e.a. (2010) – Ten years on: A review of recent research on the Job Demand–Control (-Support) model and psychological well-being, Work & Stress
  7. Wendsche & Lohmann-Haislah (2017) – A Meta-Analysis on Antecedents and Outcomes of Detachment from Work, Frontiers in Psychology
  8. TNO – Factsheet Week van de Werkstress 2025 (NEA 2023 en 2024)
  9. Arbeidsomstandighedenwet, art. 1, 3 en 5 – wetten.overheid.nl