Grensoverschrijdend gedrag

PSA-beleid: wat moet je als werkgever regelen?

Werkdruk en ongewenst gedrag zijn geen privézaak. De Arbowet vraagt werkgevers om er beleid op te voeren.

Redactie vroegsignaal.nl · 5 min lezen · laatst gecontroleerd oktober 2026
Een map met documenten en een pen op tafel.

Wat is psychosociale arbeidsbelasting?

De Arbowet bedoelt ermee: alles in het werk dat stress veroorzaakt door werkdruk of door ongewenste omgangsvormen. Onder dat laatste vallen seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie. Dat kan van collega's of leidinggevenden komen, maar ook van klanten of bezoekers.

Wat vraagt de wet?

De werkgever moet beleid voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen, en waar dat niet kan, te beperken:

  • Breng de risico's in kaart in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
  • Zoek de oorzaken: waar en waardoor ontstaat de belasting?
  • Leg maatregelen vast in een plan van aanpak: wat, wie en wanneer.
  • Controleer of het werkt en stuur bij waar nodig.

Welke maatregelen horen daarbij?

De Arbeidsinspectie noemt als voorbeelden: een vertrouwenspersoon aanstellen, medewerkers voorlichten, een gedragscode en klachtenregeling opstellen, werkdruk nader laten onderzoeken en voorkomen dat werkdruk te hoog wordt.

Wat als je het niet regelt?

Dan kan de Arbeidsinspectie maatregelen nemen, met uiteindelijk hoge boetes. De Arbeidsinspectie kan daarop controleren.

Snelle check: staat dit bij jullie?

Om mee te nemen

  • PSA-beleid is de verantwoordelijkheid van de werkgever, ook als het is uitbesteed.
  • Een RI&E en een plan van aanpak zijn pas iets waard als er ook iets mee gebeurt.
  • Wie dicht op het team zit, ziet als eerste waar werkdruk oploopt of de toon verandert.

Een vraag voor jezelfHoe zou het voelen om in jouw eigen team te werken, als je de nieuwste collega was?

Deel dit artikelLinkedInE-mail

Verder lezen

Alles over grensoverschrijdend gedrag →

Bronnen

  1. Nederlandse Arbeidsinspectie – Werkdruk en ongewenst gedrag
  2. Arbeidsomstandighedenwet, art. 1, 3 en 5 – wetten.overheid.nl