Interne of externe vertrouwenspersoon?
Iemand die de organisatie kent, of iemand die er los van staat? Beide kan, en een combinatie ook.
Wat kiezen organisaties nu?
In een onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW uit 2018 had 63 procent van de organisaties met een vertrouwenspersoon alleen een interne. 16 procent had een externe, en 22 procent allebei.
Intern
- Sterk: kent de organisatie en de mensen, is dichtbij en kan zelf zien wat er speelt.
- Let op: risico op loyaliteitsconflicten, omdat hij de betrokkenen kent. Medewerkers kunnen twijfelen aan de onafhankelijkheid. Heeft tijd, opleiding en een onafhankelijke positie nodig.
Extern
- Sterk: staat los van de organisatie en de betrokkenen, volgt vaker jaarlijks bijscholing en is praktisch voor kleine organisaties.
- Let op: kent de organisatie minder goed, is verder weg en moet dus actief zichtbaar worden gemaakt. Kost geld per jaar of per gesprek.
Kies je voor intern, dan adviseert het ministerie om de vertrouwenspersoon niet onder HR of een leidinggevende te laten vallen, maar zo hoog mogelijk in de organisatie, met een onafhankelijke positie.
Hoe kies je?
Stel jezelf drie vragen. Kennen mensen elkaar zo goed dat niemand intern echt onafhankelijk is? Heeft een interne kandidaat de tijd en opleiding voor deze rol? En: bij wie zouden jouw medewerkers zelf het liefst aankloppen?
Om mee te nemen
- Intern is dichtbij, extern is onafhankelijk. Beide hebben hun sterke kanten.
- In een kleine organisatie kent iedereen elkaar. Dan is onafhankelijkheid moeilijk te garanderen.
- Een leidinggevende die ook vertrouwenspersoon is voor zijn eigen team, heeft twee rollen die botsen.
Een vraag voor jezelfBij wie zou jij zelf het liefst aankloppen, en waarom bij die persoon?